Op zaterdagavond 29 maart verandert een uitverkochte Melkweg in Amsterdam in een verzamelpunt voor liefhebbers van stevige, groovende riffs en rauwe energie. Twee legendarische New Yorkse bands – Life of Agony en Biohazard – staan samen op het podium, ondersteund door het relatief nieuwe maar snel opkomende LYLVC.
Een avond die voelt als een ontmoeting tussen generaties binnen de alternatieve muziekscene, met een publiek dat voornamelijk bestaat uit veertigers, vijftigers maar ook wat jongere, nieuwsgierige nieuwe gezichten kent.
Ik ben erbij om het vast te leggen in een fotoverslag voor Brothers in Raw.
LYLVC.


De sfeer in de zaal is geladen nog voor de eerste noten klinken. Er hangt iets verwachtingsvols in de lucht: de belofte van intensiteit, van songs die herinneringen oproepen én van bands die, ondanks de jaren op de teller, nog altijd met volle kracht vooruit gaan. De grote zaal van Melkweg stroomt vol, het licht dooft en de avond trapt af met LYLVC, die meteen de toon zetten voor wat komen gaat.





De avond begint met LYLVC, een alternatieve metalband uit Raleigh, North Carolina. Hun mix van rap, elektronica en post-hardcore valt op, mede dankzij de dynamiek tussen zangeres Alyse Zavala en rapper Oscar Romero.



In nummers als “Undertow” en “Heirloom” hoor je invloeden van bands als Linkin Park en PVRIS, maar LYLVC weet er een eigen draai aan te geven. Alyse schakelt moeiteloos tussen zang en screams, en Oscar's bars zorgen voor extra punch. Ze zoeken geregeld interactie met het publiek alsook mijn cameralens, wat in een intieme zaal als de Melkweg uitstekend werkt.







Life of Agony.


Life of Agony betreedt het podium met de zelfverzekerdheid van een band die precies weet wat het publiek van hen wil. De zaal gaat direct los. Keith Caputo staat er met overtuiging, z’n stem krachtig en doorleefd. De band – met Alan Robert op bas, Joey Z. op gitaar en Veronica Bellino achter de drums – speelt strak en met overgave.








De setlist is een mix van oud en nieuw, waarbij vooral werk van River Runs Red en Ugly goed wordt ontvangen. Tussen de nummers door deelt Keith persoonlijke anekdotes — soms een tikje lengthy — iets wat ‘ie vaak doet om het publiek dichterbij te brengen. Het geeft het optreden een extra laag; het gaat hier niet alleen om muziek, maar ook om doorzettingsvermogen en identiteit.






Life of Agony toont dat hun muziek nog steeds relevant is en dat ze live niets aan kracht hebben verloren. Het is intens, oprecht en bij vlagen ronduit ontroerend.









Biohazard.


Waar Life of Agony emotie en melodie brengt, daar komt Biohazard als bulldozer het podium op. Vanaf de eerste klanken dendert het collectief over de zaal heen. Evan Seinfeld en Billy Graziadei wisselen vocalen en snaargeweld af alsof de jaren negentig nooit zijn opgehouden. De energie is rauw, onverbiddelijk en aanstekelijk.














Ze spelen strak, zonder veel poespas. Tussen de nummers door wordt kort gesproken over hun roots in Brooklyn en de gedeelde geschiedenis met Life of Agony, maar de focus ligt op de muziek.
Biohazard levert precies wat je van ze verwacht: een ongefilterde muur van geluid, gebracht met jarenlange ervaring en niets minder dan volledige inzet. Het is een brute afsluiting van een avond die je tot in je botten voelt. Wat een podiumbeesten!


















